Slimme stadsplanning voor betere luchtkwaliteit en gezondheid

Als de voorspellingen terecht zijn, dan zal tegen 2050 ongeveer 70% van de mondiale bevolking in stedelijke zones leven, waardoor een groot aantal mensen blootgesteld wordt aan specifieke stad-gerelateerde gezondheidsrisico’s. De twee belangrijkste zijn slechte luchtkwaliteit en te weinig fysieke activiteit. Een vooruitziende stad investeert slim in stadsplanning en actief transport om op beide fronten tegelijk winst te boeken.

 

Ander transport voor beter leven

Verschillende grote steden streven naar minder luchtvervuiling en meer fysieke activiteit om de gezondheid van de bevolking te verbeteren. Oslo, Parijs en Madrid plannen het verbannen van auto’s in het centrum om klimaatverandering af te remmen, uitlaatgassen te verminderen en het wandelen en fietsen te stimuleren. Straten worden opnieuw ontworpen zodat burgers zich op een actieve manier verplaatsen via verschillende transportmogelijkheden. Zo lonen investeringen in infrastructuur voor wandelaars, fietsers en publiek transport dubbel: niet alleen verbetert de gezondheid van inwoners door de verhoogde activiteit, ook de luchtkwaliteit gaat erop vooruit.

 

Gezondheid ondermijnd door luchtvervuiling en inactiviteit

Luchtvervuiling wordt overigens wereldwijd gezien als een van de top vijf doodsoorzaken. In steden is gemotoriseerd transport een belangrijke en permanente boosdoener.

Tegelijkertijd is bewezen dat een actief leven het risico op tal van gezondheidsproblemen vermindert zoals diabetes type 2, te hoog lichaamsgewicht, kanker, dementie, depressie, ademhalingsproblemen en hart- en vaatziektes. Actief transport laat toe om fysieke activiteit in te passen in de dagelijkse routine.

 

Stadsplanning maakt verschil

De meest toegankelijke vormen van actief transport zijn stappen en fietsen. Eigenlijk kan ook publiek transport hiertoe gerekend worden want veel gebruikers stappen of fietsen voor of na het publiek transport. De manier waarop een stad is aangelegd, bevordert wel of niet het gebruik van actief transport. Sleutelaspecten zijn een infrastructuur die gescheiden is van het gemotoriseerd transport, korte reisafstanden, de aanwezigheid van parken en recreatieve gebieden en de vlotte toegankelijkheid. Door stedelijke wildgroei echter wordt de reisafstand langer en de afhankelijkheid van eigen gemotoriseerd transport groter. Dan gaan prijs, comfort en tijdschema’s van bus, trein en tram een doorslaggevende rol spelen. Ook specifieke beleidskeuzes op verschillende niveaus spelen een rol. Een lagere toegelaten snelheid en een beperkte parkeerruimte raden gemotoriseerd verkeer af. Stadsplanning met oog voor fiets- en wandelpaden en educatieve campagnes stimuleren actief transport. Hieronder worden een aantal mogelijke maatregelen en investeringen aangekaart.

 

Autovrij

Het bannen of afremmen van auto’s in de stad of in zones van de stad, brengt winst voor zover tegelijkertijd actief transport wordt aangemoedigd. Verschillende Europese en Aziatische steden streven naar een autovrije stad. Zo plant Oslo een autovrije stad tegen 2020 en een vermindering met 95% van de broeikasgasemissies. Andere steden zoals Kopenhagen en Brussel bezitten de grootste autovrije zones in Europa. Parijs en Madrid leggen voorwaarden op aan privévoertuigen. Berlijn en Antwerpen bakenden een lage-emissiezone af. Allemaal maatregelen om autoverkeer af te remmen.

Ook tijdelijke maatregelen kunnen de luchtkwaliteit verbeteren en het publiek voorbereiden op grotere ingrepen. Zo sluit Bogota wekelijks, boven op de bestaande 320 km fietslanen, 120 km straten af voor het verkeer voor een fietsevent dat intussen wereldwijd bekend staat als Ciclovia. Tenslotte kunnen ook heffingen gewenst gedrag opleveren: heffing voor wie de stad met de auto wil binnenrijden (Londen), hoge parkeertarieven of een autobelasting op CO2-uitstoot (Noorwegen) sturen de keuzes van burgers.

 

Elektrische auto voor klimaat?

Elektrische auto’s kunnen weliswaar de uitstoot van broeikasgassen in steden verminderen, maar of elektrische auto’s werkelijk bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen in het algemeen, hangt af van welke energie de auto’s gebruiken. In het slechtste geval vermindert de uitstoot van broeikasgassen in de transportsector om evenveel te stijgen in de energiesector. Maar het kan: in Noorwegen worden bijna alle elektrische auto’s aangedreven door propere waterkrachtenergie. Toch zetten de onderzoekers kanttekeningen bij elektrische auto’s: het effect op de luchtkwaliteit zou verder onderzocht moeten worden en hun bijdrage aan meer fysieke activiteit lijkt eerder klein.

 

Stadsplanning

Stadsplanning daarentegen heeft een belangrijke impact op actief transport. Helaas werden Europese steden na WOII vaak heraangelegd in functie van de auto en deinden steden en gemeentes langsheen toegangswegen uit. Deze stedelijke wildgroei remt actief transport af. In Europa wordt de auto voor 50% van de verplaatsingen ingezet voor een afstand van minder dan 5 km. Deze verplaatsingen zouden makkelijk omgezet kunnen worden in actief transport indien het gebied voldoende dichtbevolkt is, de wegen en paden veilig en het publiek transport gemakkelijk toegankelijk.

 

Groene zones

Groene zones met bomen zoals in Strasbourg, Melbourne en Hamburg, hebben een positieve impact op luchtvervuiling. Bovendien bieden ze een ontspanningszone voor inwoners. Een groeiend aantal studies toont aan dat groene zones de geestelijke gezondheid van inwoners positief beïnvloeden. Groene zones kunnen actief transport aanmoedigen op voorwaarde dat de zone wordt gepercipieerd als veilig. De (esthetische) kwaliteit van een groene zone blijkt meer bepalend dan de grootte.

 

Publiek transport

Gebruikers van publiek transport combineren trein, tram, metro en bus vaak met een stuk stappen of fietsen. Daardoor halen ze beduidend vaker de gezondheidsaanbevelingen omtrent activiteit dan regelmatige autogebruikers. Bovendien vermindert publiek transport overtuigend de luchtvervuiling.

 

Beleidspakketten

Het is noodzakelijk om verschillende van bovenstaande maatregelen te combineren om luchtvervuiling en inactiviteit aan te pakken; gecombineerd is de impact vaak aanzienlijk. Zo is Kopenhagen erin geslaagd om de koolstofemissie te verminderen met 40% sinds 1990 terwijl de bevolking is aangegroeid met 50%. Deze vooruitgang is geboekt dankzij verschillende auto-ontradende beslissingen gecombineerd met investeringen in infrastructuur voor actief transport. Een fietsdeelsysteem, gescheiden brede fietspaden, voldoende geschikte fietsparkeerplaatsen en een ‘Groene Golf Route’ (fietsers met een bepaalde snelheid hebben voortdurend groen licht), deden het fietsgebruik toenemen met 35%.

 

Langetermijnvisie

Werken aan een betere luchtkwaliteit en een meer actieve stadsbevolking, vergt meerdere gelijktijdige beslissingen en investeringen die meerdere jaren in beslag nemen vooraleer ze operationeel zijn en meer nog vooraleer ze meetbare resultaten opleveren. Maar ze lonen. Goede praktijken in steden wereldwijd versterken bovendien elkaars inspanningen.

 

Bron: Glazener, A., Khreis, H., Transforming Our Cities: Best Practices Towards Clean Air and Active Transportation, Springer Nature Switserland, 2019

30 mei tot 5 juni: de Europese Week voor de Duurzame Ontwikkeling

Op donderdag 30 mei start de Europese Week voor de Duurzame Ontwikkeling.

18 juni: Hoe pakt Vlaanderen de transitie naar duurzame energie aan?

VLEVA neemt je mee naar de wondere wereld van energietransitie.

6 juni: Studiedag 'De doorbraak van plantaardige voeding in Vlaanderen'

Er beweegt wat op ons bord! De interesse in gezonde voeding neemt jaar na jaar toe. De Vlaming koopt steeds meer plantaardige alternatieven.

België haalt 32ste plaats in Global Gender Gap Index

Nood aan meer vrouw in politiek en op arbeidsmarkt

Naar een gemeenschappelijk voedselbeleid?

Hoe beleidsdomeinen elkaar kunnen versterken i.p.v. tegenwerken