SDG 15: Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen op het vasteland, beheer bossen en wouden duurzaam, bestrijd woestijnvorming, stop landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe.

SDG15-foto
De mens heeft de aarde nodig om te kunnen overleven. Ongeveer 18% van onze voeding is plantaardig en landbouw vormt niet alleen een belangrijke economische hulpbron, maar ook een instrument voor ontwikkeling. Toch zien we vandaag een ongekende landdegradatie en de beschikbare landbouwgrond neemt sneller af dan ooit tevoren. SDG 15 richt zich op de verschillende bedreigingen waar onze planeet mee te maken krijgt, zoals ontbossing, verwoestijning, landdegradatie en het verlies aan biodiversiteit.

Beleid

Het Vlaams beleid rond deze SDG gaat over: 

  • landdegradatie
  • landschappelijk erfgoed
  • Natura 2000
  • instanthoudingsdoelstellingen
  • bodemsanering
  • invasieve soorten
  • plattelandsontwikkeling
  • biodiversiteit
Goede praktijken

Vanuit het Vlaams beleid zijn er onder meer volgende goede voorbeelden:

  • participatie
  • Programmatische Aanpak Stikstof
  • grondeninformatieregister
  • geïntegreerde beheersplannen

Vanuit het middenveld:

  • help mee de Aziatische hoornaar te bestrijden
Vizier 2030

Op lange termijn vult de Vlaamse overheid de SDG's in via het Vlaams doelstellingenkader 2030. Volgende doelstellingen houden verband met deze SDG:

41. Tegen 2030 zijn de ecosystemen en hun diensten en biodiversiteit minstens behouden, is de aftakeling van de natuurlijke leefgebieden ingeperkt en zijn met uitsterven bedreigde soorten beschermd. (target 15.1)

42. Tegen 2030 is gegarandeerd en aangetoond dat alle openbare bossen en 50% van de private bossen volgens de nieuwe criteria geïntegreerd natuurbeheer worden beheerd en dat Vlaanderen in verhoogde mate bijdraagt tot de bevordering van duurzaam bosbeheer en de vermindering van ontbossing op wereldniveau. (target 15.2)

43. Tegen 2030 mag er in Vlaanderen netto geen gedegradeerde grond meer bijkomen. (target 15.3)

44. Tegen 2030 krijgen nieuwe invasieve soorten geen kans om zich te vestigen en worden aanwezige invasieve exoten bestreden of onder controle gehouden om hun impact te voorkomen of te beperken. (target 15.8)

Visie 2050

In de langetermijnstrategie van de Vlaamse Regering komt deze SDG aan bod in de transitiepriorteiten Circulaire economie en Industrie 4.0

tile-15

Subdoelstellingen (targets) over: 

15.1   Tegen 2020 het behoud, herstel en het duurzaam gebruik van terrestrische en inlandse zoetwaterecosystemen en hun diensten waarborgen.

15.2   Tegen 2020 de implementatie bevorderen van het duurzaam beheer van alle soorten bossen, de ontbossing een halt toeroepen, verloederde bossen herstellen en op duurzame manier bebossing en herbebossing mondiaal opvoeren.

15.3   De woestijnvorming tegengaan, aangetast land en gedegradeerde bodem herstellen en streven naar een wereld die qua landdegradatie neutraal is.

15.4   Het behoud garanderen van de ecosystemen in de bergen, om hun vermogen te versterken om voordelen te genereren die essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling.

15.5   Dringende en doortastende actie ondernemen om de aftakeling van natuurlijke leefgebieden in te perken, het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen en, tegen 2020, de met uitsterven bedreigde soorten te beschermen en hun uitsterven te voorkomen.

15.6   Bevorderen van het eerlijk en billijk verdelen van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen en bevorderen van gepaste toegang tot dergelijke hulpbronnen.

15.7 Dringend actie ondernemen om een einde te maken aan stroperij en de handel in beschermde planten- en diersoorten en zowel de vraag naar als het aanbod van illegale producten afkomstig van deze planten- en diersoorten aan te pakken.

15.8   Tegen 2020 maatregelen invoeren om de invoering van invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen te beperken en hun impact op aanzienlijke wijze te beperken, en de prioritaire soorten controleren of uitroeien.

15.9   Tegen 2020 ecosysteem- en biodiversiteitswaarden integreren in nationale en plaatselijke planning, ontwikkelingsprocessen, strategieën en plannen inzake armoedebestrijding.

15.a   Financiële hulpbronnen mobiliseren en aanzienlijk verhogen vanuit allerlei bronnen om de biodiversiteit en de ecosystemen te vrijwaren en op duurzame wijze te gebruiken.

15.b   Aanzienlijke middelen mobiliseren vanuit allerlei bronnen en op alle niveaus om duurzaam bosbeheer te financieren en gepaste stimuli te verschaffen aan ontwikkelingslanden om een dergelijk beheer te organiseren, ook voor behoud en herbebossing.

15.c    De wereldwijde inspanningen ter bestrijding van stroperij en illegale handel in beschermde diersoorten opvoeren, ook door verhoging van de capaciteit van plaatselijke gemeenschappen in hun streven naar kansen inzake een duurzaam bestaan.