SDG 12 - Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen
SDG12-foto

We verspillen vandaag 30% van de wereldwijde voedselproductie. We produceren en consumeren zonder voldoende rekening te houden met de impact op de natuurlijke rijkdommen van de planeet. De huidige situatie is onhoudbaar en daarom moeten we “meer doen, met minder”.

De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan het volume van het meer van Genève, of vergelijkbaar is met het jaarlijkse debiet van de Wolga, de Russische rivier die de grootste van Europa is.

Beleid

Het Vlaams beleid rond deze SDG gaat over:

  • Duurzaam ruimtegebruik
  • Meerlaagse waterveiligheid
  • Ketenbrede kijk op materialen
  • Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
  • Erfgoed beschermen
  • Lokale luchtkwaliteitsplannen (goede praktijk)
  • Transitie duurzaam wonen en bouwen
  • Instrument stadsvernieuwing
  • Programma 'Smart Flanders'
  • Toegankelijkheid bevorderen

Specifiek rond transport en logistiek:

  • Basisbereikbaarheid
  • 'Clean power for transport'
  • Vergroening waterwegnetwerk en vloot
  • Vlaams Fietsbeleidsplan
  • Vervoerregio's
  • Openbaar vervoer
  • 'Last mile' via binnenvaart

Specifiek rond jeugd:

  • Mobiliteit voor jongeren
  • Beleidsnota's jeugd- en kinderrechtenorganisaties
  • Child in the city Conference
  • Labels 'kindvriendelijke gemeente
Goede praktijken

Vanuit het Vlaams beleid zijn er onder meer volgende goede voorbeelden;

  • Stadsvernieuwingsprojecten
  • Smart City-ontwikkelingen
  • Prijs 'Jeugdgemeente van Vlaanderen'
  • Traject 'Jeugdwerk in de stad'
  • Lerend netwerk duurzame wijken en netwerk provinciale steunpunten DUWOBO
Vizier 2030

Op lange termijn vult de Vlaamse overheid de SDG's in via het Vlaams doelstellingenkader 2030. Volgende doelstellingen houden verband met deze SDG:

22. Tegen 2030 heeft Vlaanderen de transformatie gemaakt naar een polyvalente economie, die op een duurzame en competitieve manier welvaart en tewerkstelling creëert en die ondernemingen aanmoedigt om duurzame praktijken aan te nemen. (8)23. Tegen 2030 verhoogt Vlaanderen het aantal kennisgedreven buitenlandse investeringen in Vlaanderen, die ook tewerkstelling genereren en neemt de export, het aantal exporterende bedrijven evenals het exportaandeel buiten Europa toe. (target 12.1)

32. Tegen 2030 sluiten we zoveel mogelijk kringlopen in functie van een circulaire economie en zijn de koolstofvoetafdruk en materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie afgenomen in verhouding met de levenskwaliteit en zijn de voedselverliezen in Vlaanderen met 30% verminderd. (targets 12.2 en 12.3)

35. Tegen 2030 komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken. (target 12.4)

36. Tegen 2030 is gegarandeerd dat mensen overal in de mogelijkheid zijn om duurzame keuzes te maken, dat ze daarbij beschikken over relevante en handzame informatie en zich bewust zijn van levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur, en dat hun omgeving en de omstandigheden maken dat de duurzame keuze, de meest logische en eenvoudige keuze is. (target 12.8)

Visie 2050

In de langetermijnstrategie van de Vlaamse Regering komt deze SDG aan bod in volgende transitiepriorteiten:

  • Circulaire economie (targets 12.2, 12.4, 12.5)
  • Industrie 4.0
tile-12

Subdoelstellingen (targets) over:

  1. Het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen implementeren, waarbij alle landen actie ondernemen, en waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen, rekening houdend met de ontwikkeling en de mogelijkheden van de ontwikkelingslanden
  2. Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren
  3. Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst
  4. Tegen 2020 komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, in overeenstemming met afgesproken internationale kaderovereenkomsten, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken
  5. Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik
  6. Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsinformatie te integreren in hun rapporteringscyclus
  7. Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten
  8. Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevantie informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur

Middelen

a. Ondersteunen van ontwikkelingslanden ter versterking van hun wetenschappelijke en technologische mogelijkheden om de richting uit te gaan van meer duurzame consumptie- en productiepatronen

b. Ontwikkelen en implementeren van instrumenten om de impact te monitoren van duurzame ontwikkeling op duurzaam toerisme dat werkgelegenheid creëert en de plaatselijke cultuur en producten promoot

c. Inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen die afvalproducerende consumptie aanmoedigen rationaliseren, door storende marktinvloeden uit de wereld te helpen, in overeenstemming met de nationale omstandigheden, ook door het belastingsysteem te herstructureren en deze schadelijke subsidies te laten uitdoven, waar deze bestaan, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke noden en omstandigheden in de ontwikkelingslanden en waarbij de mogelijke negatieve invloeden worden geminimaliseerd op hun ontwikkeling op een manier die de armen en de getroffen gemeenschappen beschermt.