SDG 11 - Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam
SDG11-foto

Vandaag leven 2 op 3 Europeanen en bijna 3,9 miljard mensen wereldwijd – meer dan de helft van de wereldbevolking! – in steden. Dat aantal zal alleen maar toenemen en volgens de meest recente cijfers zou 60% van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving leven tegen 2030. Om die groeiende bevolking te ondersteunen ontwikkelde de VN de elfde Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG 11).

De stedelijke bevolking zal het snelst toenemen in de ontwikkelingslanden. Daar heeft de huidige groei al geleid tot een boom in megasteden. In 1990 waren er 10 steden met 10 miljoen of meer inwoners, in 2014 waren dat er 28. In totaal wonen er in deze steden meer dan 485 miljoen mensen. In de volgende decennia zal 95% van de stedelijke groei plaatsvinden in ontwikkelingslanden.

Beleid

Het Vlaams beleid rond deze SDG gaat over:

  • Duurzaam ruimtegebruik
  • Meerlaagse waterveiligheid
  • Ketenbrede kijk op materialen
  • Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
  • Erfgoed beschermen
  • Lokale luchtkwaliteitsplannen (goede praktijk)
  • Transitie duurzaam wonen en bouwen
  • Instrument stadsvernieuwing
  • Programma 'Smart Flanders'
  • Toegankelijkheid bevorderen

Specifiek rond transport en logistiek:

  • Basisbereikbaarheid
  • 'Clean power for transport'
  • Vergroening waterwegnetwerk en vloot
  • Vlaams Fietsbeleidsplan
  • Vervoerregio's
  • Openbaar vervoer
  • 'Last mile' via binnenvaart

Specifiek rond jeugd:

  • Mobiliteit voor jongeren
  • Beleidsnota's jeugd- en kinderrechtenorganisaties
  • Child in the city Conference
  • Labels 'kindvriendelijke gemeente
Goede praktijken

Vanuit het Vlaams beleid zijn er onder meer volgende goede voorbeelden:

  • Stadsvernieuwingsprojecten
  • Smart City-ontwikkelingen
  • Prijs 'Jeugdgemeente van Vlaanderen'
  • Traject 'Jeugdwerk in de stad'
  • Lerend netwerk duurzame wijken en netwerk provinciale steunpunten DUWOBO
  • Lokale luchtkwaliteitsplannen
Vizier 2030

Op lange termijn vult de Vlaamse overheid de SDG's in via het Vlaams doelstellingenkader 2030. Volgende doelstellingen houden verband met deze SDG:

17. Tegen 2030 voldoet 80% van de woningen aan de minimale veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen. (target 11.1)

34. Tegen 2030 het aantal getroffenen aanzienlijk verminderen en in aanzienlijke mate de economische impact, inclusief rampschade aan kritische infrastructuur en ontwrichting van basisdiensten, die veroorzaakt wordt door weersomstandigheden en klimaatgerelateerde rampen, waarbij de klemtoon ligt op het beschermen van de armen en van mensen in kwetsbare situaties, het responsabiliseren en ondersteunen van de betrokken sectoren en op het beschermen tegen armoede veroorzaakt door weeromstandigheden en klimaatgerelateerde rampen. (target 11.5)

Visie 2050

In de langetermijnstrategie van de Vlaamse Regering komt deze SDG aan bod in volgende transitiepriorteiten: Energie, Mobiliteit, Slim wonen en leven.

tile-11

Subdoelstellingen (targets) over:

  1. Toegang tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten
     
  2. Toegang tot veilige, betaalbare, toegankelijke en duurzame vervoerssystemen, met aandacht voor de behoeften van mensen in kwetsbare situaties, vrouwen, kinderen, personen met een handicap en ouderen
     
  3. Inclusieve en duurzame stadsontwikkeling en capaciteit opbouwen voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke nederzettingen in alle landen
     
  4. Bescherming van het culturele en natuurlijke erfgoed van de wereld
     
  5. Het aantal doden en getroffenen en de rechtstreekse economische impact van rampen, o.a. deze die met water verband houden
     
  6. De nadelige milieu-impact van steden, o.a. rond luchtkwaliteit en afvalbeheer
     
  7. Universele toegang tot veilige, inclusieve en toegankelijke, groene en openbare ruimtes, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen, ouderen en personen met een handicap

Middelen

a. Ondersteuning van positieve economische, sociale en ecologische verbanden tussen stedelijke, voorstedelijke en landelijke gebieden via versterking van de nationale en regionale ontwikkelingsplanning.

b. Geïntegreerde beleidslijnen en plannen inzake inclusie, doeltreffendheid van hulpbronnengebruik, mitigatie en adaptatie aan klimaatverandering, weerbaarheid tegen rampen.

c. Ondersteuning van de minst ontwikkelde landen in het opbouwen van duurzame en veerkrachtige gebouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale materialen.