Milieuverkenning 2018 pleit voor systeembenadering

De Milieuverkenning 2018 van de Vlaamse MilieuMaatschappij (VMM) verscheen in november 2018 en stelt vast dat het klassieke milieubeleid niet meer werkt. Er is nood aan een nieuwe benadering die vanuit een integrerende kijk oplossingen uitwerkt om onze maatschappelijke systemen veerkrachtig en duurzamer te maken. Het rapport onderzoekt met name het energiesysteem, het mobiliteitssysteem en het voedselsysteem omwille van hun effect op milieu, klimaat, gezondheid en levenskwaliteit.

Het rapport benadrukt dat duurzame systeemtransities essentieel zijn om een antwoord te bieden op hardnekkige milieuproblemen en zo welvaart en welzijn in de toekomst veilig te kunnen stellen. Tegelijkertijd merken de auteurs op dat de huidige dominante regimes noodzakelijke transities tegenhouden en dat de overheid hen daarin vaak ondersteunt via wetgeving en beleid.

 

Voor wat het energiesysteem betreft, stellen de auteurs dat het dominante regime op fossiele brandstof en kernenergie een grote impact heeft op het klimaat, de leefomgeving en onze gezondheid. Nucleaire energieproductie gaat gepaard met bepaalde veiligheidsrisico’s en de productie van radioactief afval. Tegelijk moeten de emissies van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95% dalen in vergelijking met 1990. Om de transitie naar een duurzaam energiesysteem te realiseren, onderscheidt het rapport vier oplossingsrichtingen:

- energiebesparing door gedragsverandering

- energiebesparing door verbeterde-energie-efficiëntie

- verduurzaming van de energievoorziening

- betere afstemming van vraag en aanbod.

 

Wat gedragsverandering betreft, kijken de auteurs in de eerste plaats naar de verduurzaming van gebouwen. Energetische renovatie, warmtenetten en strategische beleidsvoering zijn hier de codewoorden.

De verduurzaming van de energievoorziening kan gestimuleerd worden door een juiste marktomgeving te creëren voor hernieuwbare energie zodat de bestaande nieuwe technologieën breed ingang kunnen vinden. Een richtinggevende visie op een duurzame industrie kan sterk bijdragen aan de transitie. Voor het afstemmen van vraag en aanbod spelen aggregatoren een cruciale rol en batterijen maken deel uit van de oplossingenmix. Nieuwe businessmodellen rond eigenaarschap kunnen de transitie versnellen. Ook de waterstofindustrie kan op lange termijn een rol spelen. Tot slot zien de onderzoekers heil in slimme apparaten, meters en microgrids door hun bijdrage aan een betere afstemming tussen vraag en aanbod.

 

Ook voor het mobiliteitssysteem, dat sterk verweven is met andere maatschappelijke systemen, voorziet het rapport de noodzaak van een oplossingenmix. De oplossingen zullen moeten gespreid worden over de drie benaderingen:

- vermijden

- verschuiven

- verbeteren.

 

Als noodzakelijke hefbomen signaleren de auteurs allereerst een beleidskader op langere termijn. Een van de belangrijkste beleidshefbomen is het maatschappelijk juister zetten van de relatieve prijzen van transportkeuzes waarbij externe kosten worden verrekend. Daarnaast is het de taak van de overheid om milieunormen op te leggen zonder een bepaalde technologie naar voor te schuiven.

Een mobiliteitsbeleid staat of valt met de afstemming met andere relevante domeinen: ruimte, wonen en werken, en industrieel beleid. Het rapport merkt op dat het mobiliteitsgedrag sterk verbonden is met waarden en normen, met emoties en gewoontes. Het beleid dient zowel te overtuigen en te verleiden als te verplichten en te handhaven. Een concurrentiële reistijd realiseren door middel van openbaar vervoer is cruciaal om het autogebruik af te remmen. Autogebruik relatief duurder maken is voorts een belangrijke hefboom.

Elektrisch vervoer kan een bijdrage leveren aan een ecologischer mobiliteitssysteem op voorwaarde dat groene energie een groot deel uitmaakt van de energiemix. Specifiek voor het mobiliteitssysteem moet het beleid opletten voor ongewenste reboundeffecten waardoor (milieu)winst wordt tenietgedaan.

 

Voor het landbouwsysteem bemerken de auteurs dat een optimalisatie van het huidige systeem niet zal volstaan om de milieu-impact snel genoeg te doen dalen. Ook op economisch, sociaal en gezondheidsvlak blijven er problemen. Opnieuw stellen de auteurs een oplossingenmix voor met vijf belangrijke aandachtspunten:

- een langetermijnstrategie met een coherent lange- en kortetermijnbeleid

- samenwerking en dialoog

- innovatie en kennisontwikkeling

- een aangepast wetgevend kader

- bijsturing van de hele voedingsomgeving.

 

Wat strategie en beleid betreft, merken de auteurs op dat het huidige systeem sterk padafhankelijk is: de duidelijke groei- en exportambities van de voedingsindustrie enerzijds en de lock-ins door grote investeringen in infrastructuur en technologie anderzijds, houden een transitie tegen. Het rapport pleit voor een overheid die sturende keuzes maakt en bindende doelstellingen naar voren schuift, zelfs indien dat vereist dat bepaalde sectoren zich moeten heroriënteren. Drempels in wetgeving en subsidiesystemen moeten worden weggenomen om oplossingen met milieupotentieel kansen te bieden.

Via samenwerking en dialoog moet men ecologisch en economisch veerkrachtige ketens bekomen, met een rechtvaardige verdeling van kost en opbrengst binnen de keten en met een correcte prijs voor een duurzaam product en een maatschappelijke dienst. Kennisontwikkeling is nodig zowel op technisch-wetenschappelijk vlak als op socio-economisch vlak. Onderzoek naar systeeminnovaties kan helpen om de huidige padafhankelijkheid te doorbreken. De hele voedingsomgeving tot slot, met de agrovoedingsketen zelf, maar ook retail, horeca, onderwijs, influencers en overheid zelf, dient te worden bijgestuurd naar een langetermijnvisie op duurzame voeding.

 

Het naast elkaar plaatsen van de drie systemen maakt duidelijk dat elk van de systemen ongewenste effecten heeft op milieu, klimaat, gezondheid en levenskwaliteit. Ook interne spanningen zetten de systemen onder druk. Toch bestaat een grote weerstand tegen verandering: immers, het dominante regime wil nieuwe niches beperkt houden en de eigen instituties behouden. Door die weerstand komen transities maar moeizaam tot stand. Zowel bij mobiliteit als bij landbouw lijkt de sense of urgency beperkt en blijft men vertrekken vanuit de bestaande organisaties, structuren en instituties met groei en efficiëntie als dominante paradigma’s. Helaas is de regelgeving grotendeels geënt op de dominante regimes waardoor de inertie van het systeem nog versterkt wordt.

Voor de drie systemen is een gedragen langetermijnvisie noodzakelijk, gesteund door consequente beleidskeuzes zoals in de verdeling van onderzoeksmiddelen, in taks- en subsidiemechanismen, in regelgeving, in communicatie en onderwijs.

 

Het volledige rapport lees je hier: https://www.milieurapport.be/publicaties/2018/milieuverkenning/milieuverkenning-2018

 

November 7, 2019. OECD Fact finding mission to Flanders on the SDGs - peer review by Viken and Bonn

Concluding visit to Flanders of this fact finding mission. Viken (N) and Bonn (D) exchange experiencies and good practices with the Flemish administration, public services. and Flemish cities.

03 december 2019. Lezing door Dr. Jan Vandemoortele 'The Sustainable Development Goals of the UN: Mission Impossible?'

Het tempo waarmee we richting de SDG's evalueren is momenteel veel te traag, waardoor we ze wellicht tegen 2030 niet behaald zullen zien. Bovendien lijkt de tekortkoming groter te zullen zijn dan het geval was met de milleniumdoelstellingen. Wat zijn de oorzaken van deze trends? Is het de ongelijkheid?

25 november 2019 - Conferentie ‘Het intra-Europese spoorwegnetwerk: groot potentieel, voldoende ontwikkeld?’

Het Europese spoorwegnet lijk een ​​essentieel onderdeel van een strategie voor het bereiken van ambitieuze klimaatdoelstellingen, met name in een regio die zo dichtbevolkt is en een zo dicht industrieel netwerk heeft als de Benelux. Dit in de context van congestie op het wegennet en de maatschappelijke kost ervan, als alternatief voor het vliegtuig en voor dieselwagens, als middel voor het koolstofarm maken van de transporsector.

Europa niet op schema als het om de SDG’s gaat

Op 19 november verscheen het Europe Sustainable Development Report 2019. Geen enkele EU-lidstaat ligt op schema om de SDG’s tegen 2030 te bereiken.

75 gemeenten en overheidsdiensten maken patrimonium klimaatneutraal

Het project SURE2050 ondersteunt lokale besturen en centrale Vlaamse overheden bij de opmaak van een strategisch vastgoedplan met klimaatneutraliteit tegen 2050 als uitgangspunt.

OESO maakt komaf met economische groei an sich

Geen kwantitatieve groei, maar een kwalitatieve