SDG 9 - Beleid

Flanders Make

Flanders Make is het strategisch onderzoekscentrum (SOC) voor de maakindustrie. De doelstelling is in Vlaanderen een onderzoeksnetwerk op topniveau te realiseren, waar maakbedrijven volop steun vinden voor hun innovatietrajecten, en zo bij te dragen tot nieuwe producten en processen om de voertuigen, machines en fabrieken van de toekomst te produceren.

Dit als belangrijke tool binnen de transitie 'De sprong maken naar Industrie 4.0', waarbij we inzetten op een nieuwe duurzame en competitieve industrie.

tile-09
Innovatieclusters

Sinds 2016 geeft de Vlaamse Overheid steun aan de zogenaamde innovatieclusters. De doelstelling van het clusterbeleid bestaat erin het ontsluiten van onbenut economisch potentieel en de realisatie van competitiviteitsverhogingen bij Vlaamse ondernemingen via een actieve en duurzame samenwerking tussen actoren.

Dit clusterbeleid richt zich naar samenwerkingsverbanden van Vlaamse ondernemingen met groei-ambities, innovatiebewust, met internationale blik en openstaand voor samenwerking met andere ondernemingen en kenniscentra, zowel voor de realisatie van hun individuele bedrijfsdoelstellingen als voor het bijdragen aan een competitiviteitsverhoging bij een grote groep van Vlaamse ondernemingen.

Groene-economieconvenanten

Een groene-economieconvenant (GEC) is een vrijwillige overeenkomst tussen (privé)partners en de Vlaamse overheid om samen een groen project op te zetten. Daarbij worden milieudoelen nagestreefd die hand in hand gaan met een verhoogde competitiviteit en een goede bedrijfsvoering.

De bedoeling is om bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen en andere (sector)organisaties te ondersteunen bij hun milieu-initiatieven ter vergroening van de economie. Partijen die obstakels ervaren (individueel of in groep) kunnen een overeenkomst aangaan met de overheid, waarin afspraken worden gemaakt om deze obstakels samen aan te pakken.

In het kader van de GEC kan ook worden onderzocht om ‘experimenteerruimte’ of ‘regelluwe zones’ te creëren. Dit dient steeds in functie van het probleem en de mogelijke oplossing bekeken te worden. Zo kan bijvoorbeeld mogelijk ruimte geboden worden aan de soms moeilijke startfase van een innovatief project. Of op deze wijze kan een doorbraak of verandering op systeemniveau bereikt worden.

Een bio-economie tegen 2030

De interdepartementale werkgroep bio-economie (IWG BE) stelde op vraag van de Vlaamse Regering in 2013 een visie en strategie op voor een Vlaamse duurzame en competitieve bio-economie in 2030. De IWG BE is een samenwerking tussen verschillende departementen en agentschappen van de Vlaamse Overheid en zorgt voor een goede afstemming tussen verschillende beleidsdomeinen.

De voorbije jaren heeft de IWG BE expertise opgebouwd rond Europees beleid en onderzoek(sagenda’s) in de bio-economie, transversale samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen en is hij in dialoog gegaan met belanghebbenden. Op verschillende fora met belanghebbenden bleek de vraag en het belang van een overheidswerkgroep als aanspreekpunt voor bio-economie.

Betrokken Vlaamse entiteiten
  • Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media
    • Departement Cultuur, Jeugd en Media
    • Sport Vlaanderen
  • Beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie
    • Departement Economie, Wetenschap en Innovatie
  • Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken
    • De Vlaamse Waterweg nv
  • Beleidsdomein Omgeving
    • Departement Omgeving
    • Agentschap Onroerend Erfgoed
Ruimte voor duurzame infrastructuur

Het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen bevat doelstelling die betrekking hebben op duurzame infrastructuur, vanuit het gezichtspunt ruimtegebruik. Onder de algemene doelstelling 'meer doen met minder ruimte' gaat het over het scheppen van de juiste condities om functies zoals infrastructuur steeds meer binnen het bestaand ruimtebeslag op te vangen, om energie-infrastructuur met bestaande infrastructuur te bundelen en om infrstructuur in samenhangende gehelen van stad en het omliggende platteland te delen. Naast locatiekeuze van de infrastructuur is duurzaam gebruik van ruimte hierin belangrijk. Verweving van functies leidt tot een meer efficient gebruik van de beschikbare ruimte.

Transeuropese Transportnetwerken

We bouwen netwerken uit behorende tot TEN-T-netwerken (trans-Europese transportnetwerken voor wegvervoer, binnenvaart en spoorvervoer) zodat deze conform de Europese richtsnoeren zijn ingericht. Het doel van het nieuwe EU-vervoersinfrastructuurbeleid bestaat erin de bestaande lappendeken van Europese wegen, spoorwegen, binnenwateren, luchthavens, zee- en binnenhavens en overslagterminals voor weg- en spoorvervoer te veranderen in een geïntegreerd netwerk dat alle lidstaten beslaat.

Om dit netwerk tot stand te kunnen brengen, moeten er duizenden projecten worden voorbereid en uitgevoerd om knelpunten weg te werken, ontbrekende schakels aan te brengen en de interoperabiliteit te verbeteren tussen de verschillende vervoerswijzen, maar ook tussen de regionale en nationale vervoersinfrastructuren. Daarnaast is een van de prioriteiten voor het ontwikkelen van de TEN-T-infrastructuur de toepassing van innovatieve technologische oplossingen, die een cruciale rol spelen in het omvormen van het vervoer in een systeem dat niet alleen voor alle burgers toegankelijk is, maar ook veiliger, duurzaam en energie-efficiënt, en bovendien een lage koolstofuitstoot heeft.

Slimme infrastructuur: dynamisch vervoersmanagement

We bouwen slimme infrastructuur uit door te investeren in de uitbouw van dynamisch verkeersmanagement (DVM) op drukke snelwegen en op  ringwegen.

Hefboominvesteringen gewestwegen

We investeren extra om het (structureel) onderhoud op de gewestwegen te versnellen en om een aantal hefboominvesteringen op het hoofdwegennet versneld uit te voeren. Hefboominvesteringen zijn investeringen met een belangrijk hefboomeffect op regionaal of Vlaams niveau.

Intelligente transportsystemen

Het ITS-actieplan bevat een gemeenschappelijke visie op ITS (intelligente transportsystemen) voor elke transportmodus.  Hierbij wordt rekening gehouden met ontwikkelingen op het vlak van mobility-as-a-service, floating car data, open data e.a.

Netwerk fietssnelwegen

In samenwerking met de provincies komen we tot een netwerk van fietssnelwegen. Verschillende van deze fietssnelwegen zijn inmiddels gerealiseerd. (betrokken: Departement MOW, Agentschap Wegen en Verkeer, provincies en lokale besturen)

De waterweg in het logistieke weefsel

We integreren de binnenvaart in de logistieke keten door het aanboren van nieuwe markten via innovatie (palletvervoer, distribouw, stadsdistributie, afval, watertruck+, geïntegreerde concepten,…)

We houden grote vaarassen bevaarbaar door het wegwerken van kritieke punten en we stimuleren het gebruik van RIS (River information Services) of VisuRIS (voor binnenvaartondernemingen).

We voeren een grondbeleid dat specifiek gericht is op de waterwegen en op watergebonden bedrijvigheden en dito overslag. (De Vlaamse Waterweg nv)

Tools voor gebruikers binnenvaart

We integreren de binnenvaart in de logistieke keten door het aanboren van nieuwe markten via innovatie (palletvervoer, distribouw, stadsdistributie, afval, watertruck+, geïntegreerde concepten,…)

We houden grote vaarassen bevaarbaar door het wegwerken van kritieke punten en we stimuleren het gebruik van RIS (River information Services) of VisuRIS (voor binnenvaartondernemingen).

We voeren een grondbeleid dat specifiek gericht is op de waterwegen en op watergebonden bedrijvigheden en dito overslag.

Vlaams Sportinfrastructuurplan

We zullen uitvoering geven aan het Globaal Sportinfrastructuurplan Vlaanderen, waarbij op structurele manier de bouw van bovenlokale sportinfrastructuur zal worden ondersteund. Het is de bedoeling dat we, zowel in onze ondersteuningsinitiatieven als in onze eigen centra, een voortrekkersrol opnemen en het voorbeeld stellen inzake duurzaamheid (energiezuinig, waterrecuperatie, afvalbeleid, …), integrale toegankelijkheid, multifunctionaliteit (clustering), innovatie, enz.

Gelet op de Vlaamse engagementen tot een verminderde impact op het klimaat zal een voorgesteld project steeds moeten voldoen aan vooraf bepaalde minimumcriteria inzake energetische duurzaamheid. Het nieuwe decreet betreffende de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur vermeldt dat om in aanmerking te komen voor subsidiëring er moet voldaan zijn aan de voorwaarde van energetische duurzaamheid. Dit geldt ook voor topsportinfrastructuurprojecten. Bij de opmaak van bestekken voor de bouw van (top)sportinfrastructuur wordt het aspect duurzaamheid steeds, en waar mogelijk ook het aspect innovatie, meegenomen.

Innovatieve en toegankelijke culturele infrastructuur

We investeren in cultuurpatrimonium en ontwikkelen van een beleid voor innovatieve culturele infrastructuur. Vanaf 2017 komen en nieuwe prioriteiten en leggen we nog verder focus op duurzaamheid van de infrastructuur. Eén van de prioriteiten zal betrekking hebben op energie-efficiëntie en zuinigheid van de infrastructuur ten behoeve van het bereiken van de Vlaamse klimaatdoelstellingen. Dit gebeurde in nauw overleg met de sector en andere betrokkenen via rondetafels.

Deze infrastructuur moet ook toegankelijk zijn. We werken daarom met een strategisch plan toegankelijke cultuurinfrastructuur, waarbij in toegankelijkeheid van bestaande en nieuwe infrastructuur geïnvesteerd wordt. We werken samen met UiT-databank om toegankelijkheidsinformatie over culturele infrastructuur beschikbaar te stellen.

Innovatie in digitale toegankelijkheid

We maken van duurzame, digitale bewaring, ontsluiting en toegankelijkheid een prioriteit door impulsen te geven aan constante innovatie. Naast het creëren van een digitaal cultureel aanbod hebben we impulsen gegeven om het gebruik en de waardering van digitale cultuur in de samenleving te verbeteren.

Doordacht medegebruik van ruimte in JKP

Het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan (JKP 2015-2019) kiest voor ruimte met strategische doelstelling 8: 'In 2019 is doordacht medegebruik de norm bij ruimtelijke ontwikkeling.', concreet vertaald in operationele doelstelling 8.1: 'De Vlaamse overheid motiveert eigenaars en gebruikers tot doordacht medegebruik van ruimte.', operationele doelstelling 8.2: 'Door in te zetten op het samen ontwikkelen en gebruiken van (semi-) publieke ruimte vergroot de Vlaamse overheid het mede-eigenaarschap bij kinderen en jongeren.' en operationele doelstelling 8.3: 'De Vlaamse overheid garandeert het naast elkaar bestaan van voldoende bestemde en onbestemde ruimte waarin iedereen zijn eigenheid kan bewaren.'

Energie-efficiënte erfgoedgebouwen

In het najaar 2016 reikten we tijdens een internationaal colloquium over energie-efficiëntie en comfort van historische gebouwen onder meer informatie aan over innovatieve materialen en technieken om erfgoedgebouwen energiezuinig en duurzaam te renoveren.

Meer jeugdgerichte ruimtes

We subsidiëren de Ambrassade voor de volgende taken: (1) de praktijkontwikkeling, de praktijkondersteuning en het informeren van en over de jeugdsector; (2) de ondersteuning van de jeugdraad; (3) het informeren van kinderen en jongeren.

Daarbij heeft de Ambrassade zelf voor 4 prioriteiten gekozen, waaronder meer jeugdgerichte ruimtes, met het project 'Ruimte delen is Ruimte creëren'. Door 'ruimte delen' te begrijpen als het openstellen van ruimte of infrastructuur die eigenlijk niet voor kinderen en jongeren bedoeld is, bijvoorbeeld door medegebruik of tijdelijk gebruik van de ruimte, kunnen ruimte voor kinderen en jongeren creëren.