SDG 11 - Beleid

Duurzaam ruimtegebruik

We zetten in op een duurzaam ruimtegebruik via bestaande beleidsinstrumenten, zoals het landinrichtingsdecreet.

Dat decreet heeft als doel het op geïntegreerde wijze afstemmen en toepassen van instrumenten en maatregelen die gericht zijn op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte.

tile-11
Meerlaagse waterveiligheid

De voorbije jaren is in Vlaanderen het besef gegroeid van het belang van een meerlaagse waterveiligheid. Dat bereik je via een combinatie van protectieve maatregelen (bv. stuwen, pompstations, dijken en het gebruik van de bestaande natuurlijke infrastructuur), preventieve maatregelen (bv. resiliënt bouwen en watertoets) en maatregelen m.b.t. paraatheid (bv. overstromingsvoorspeller en informatieplicht).

Qua investeringen ligt daarmee de focus op het (tijdelijk) vasthouden, het bergen en het (vertraagd) afvoeren van water, onder andere door het voorzien van overstromingsgebieden. Tegelijk geven we advies, informatie en ondersteuning via bv. de watertoets of waarschuwingssystemen.

Ketenbrede kijk op materialen

Het afvalbeleid in Vlaanderen kent een lange traditie en behoort Europees bij de koplopers. Met de goedkeuring van het materialendecreet in 2012 is de focus verruimd van een klassiek afvalbeheer naar een veel bredere kijk op materialen doorheen de volledige keten.

Het nieuwe uitvoeringsplan 'huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval' past in die evolutie en zet versterkt in op afvalpreventie, hergebruik en het sluiten van materiaalkringlopen. Dit plan pakt ook in het bijzonder het zwerfvuil doortastend aan. (OVAM)

'Clean power for transport'

Vlaanderen heeft sinds eind 2015 een actieplan ‘Clean power for transport’. Daarmee wordt de beweging ingezet naar een zero-emissievervoer/transport. Dit is niet alleen broodnodig in het kader van het klimaatbeleid, maar ook voor de na te streven luchtkwaliteit of leefkwaliteit in het algemeen.

Het actieplan bevat een visie op lange termijn en concrete doelstellingen en acties voor de korte termijn (2020).

Betrokken Vlaamse entiteiten
  • Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media
    • Departement Cultuur, Jeugd en Media
  • Beleidsdomein Kanselarij en Bestuur
    • Departement Kanselarij en Bestuur
    • Agentschap Binnenlands Bestuur
  • Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken
    • Departement Mobiliteit en Openbare Werken
    • Agentschap Wegen en Verkeer
    • De Lijn
    • De Vlaamse Waterweg nv
  • Beleidsdomein Omgeving
    • Departement Omgeving
    • Agentschap Onroerend Erfgoed
    • Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM)
    • Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

De doelstellingen van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen sluiten aan bij de doelstelling om inculsieve en duurzame verstedelijking alsook de capaciteit voor participatieve, geïntegreerde en duurzame ruimtelijk planning en beheer te verbeteren.

Het Witboek vertaalt de doelstelling ‘Meer doen met minder ruimte’ in de principes

  • ‘het ruimtelijk rendement verhogen’ door het huidige ruimtebeslag beter te gebruiken en het bijkomend ruimtebeslag stelselmatig te verminderen en
  • ‘mutlitfunctioneel ruimtegebruik en verweving’ door robuuste en veerkrachtige open ruimte en bundelen van functies en verweven in het ruimtebeslag.

Het is prioritair om verbondenheid tussen regio’s met stedelijk karakter onderling te ontwikkelen, alsook verbondenheid tussen regio’s met stedelijk karakter en internationale knooppunten. Dit sluiten aan bij het doel om positieve links tussen stedelijke en landelijke gebieden te ondersteunen door versterking van nationale en regionale ruimtelijke ontwikkeling.

Ruimtelijke ontwikkeling vereist een gedegen participatie waarbij bewoners, ondernemers en investeerders hun leefomgeving mee vormgeven. Participatie gaat over meedenken over de visie en het programma, het recht op inspraak en de mogelijkheid zelf te investeren in de ruimte. Participatie richt zich dus niet enkel op het verkrijgen van draagvlak maar ook op het ontwikkelen van betere plannen die ertoe bijdragen dat de ruimtegebruiker zijn leefomgeving waardeert. Het proces draagt zo bij aan het genereren van ruimtelijke kwaliteit, mét betrokkenheid.

Erfgoed beschermen

In het kader van het regulier erfgoedbeleid inventariseren, beschermen en beheren we bouwkundig, landschappelijke en archeologisch erfgoed van Vlaams of mondiaal belang.

Het instrumentarium is in bepaalde gevallen sectoroverschrijdend: afbakening van erfgoedlandschappen in ruimtelijke uitvoeringsplannen, opmaak van geïntegreerde beheersplannen voor erfgoed, natuur en bos, opmaak van onroerenderfgoedrichtplannen.

Vlaams Fietsbeleidsplan

Volgens het Vlaams Fietsbeleidsplan is Vlaanderen al een fietsland tijdens het weekend, maar moet het meer dan nu ook een fietsland worden tijdens de werk- en schoolweek. De 3 inhoudelijke krachtlijnen van het plan zijn: fietsbeleid, fietsinfrastructuur en fietscultuur.

Met het Vlaams Fietsbeleidsplan zetten we in op de stucturele uitbouw van de duurzame verplaatsingwijze 'fiets'. (i.s.m. Departement Mobiliteiten en Openbare Werken)

Basisbereikbaarheid

Verschillende maatregelen helpen mee aan de uitrol van basisbereikbaarheid.

  • We hervormen de organisatie van het (openbaar) vervoer in Vlaanderen om betere dienstverlening aan te bieden aan bestaande en nieuwe reizigers.
  • We zetten in op een betere combimobiliteit en de uitbouw van deelsystemen (fietsdelen, autodelen), zodat reizigers vlot schakelen tussen verschillende vormen van vervoer.
  • Een sterk openbaar vervoersnet, aangevuld met verschillende vormen van vervoer op maat, een ambitieus fietsbeleid (zie fietsbebeleidsplan) en weldoordachte versterking van combiparkings vormen één globaal geïntegreerd vervoersmodel bestaande uit een Openbaar Vervoer(OV)-kernnet, OV-aanvullend net en vervoer op maat.

(i.s.m. Agentschap Wegen en Verkeer en De Lijn)

Inclusief openbaar vervoer

De Lijn zet in op inclusief openbaar vervoer door werk te maken van de toegankelijkheid van het wagenpark, de informatieverschaffing op het voertuig en de haltes. Elk voertuig dat in dienst genomen wordt zal toegankelijk zijn voor personen met een beperkte mobiliteit. Ook maakt De Lijn werk van de uitrol van een programma 'next-stop information' op het voertuig, zowel visueel als auditief.

Om een toegankelijke rit te garanderen, moet ook de halte toegankelijk zijn. De toegankelijkheidsstatus van de haltes wordt gelinkt aan de aangepaste functionaliteiten van de routeplanner, de website, e.a. De aanleg van een toegankelijke halte behoort tot de taak van de lokale of gewestelijke wegbeheerder. Om tot een planmatige aanpak van de halte-infrastructuur te kunnen komen zet De Lijn een proefproject ‘meer mobiele lijn’ op.

Een lijn krijgt het statuut van meer mobiele lijn indien hierop een bepaald percentage toegankelijke voertuigen rijdt en deze lijn een minimaal of gericht percentage toegankelijke haltes aan doet. De Lijn adviseert, in samenwerking met de vervoerregioraden, de wegbeheerders bij de aanleg van toegankelijke haltes door middel van richtlijnen (o.a. standaardisatiegids, brochures) en advies op maat. Voor verplaatsingen op ‘meer mobiele lijnen’ zal reservatie niet langer nodig zijn.

In de basis- en de voortgezette opleiding vakbekwaamheid van haar chauffeurs besteedt De Lijn de nodige aandacht aan toegankelijkheid en het klantvriendelijk omgaan met personen met een beperking.

Vervoerregio's

De vervoerregio bewaakt, stuurt en evalueert de realisatie van basisbereikbaarheid. Deze vervoerregio’s zijn gebieden waarvan de gemeenten en/of delen van de gemeenten een samenhangend geheel vormen inzake mobiliteit. Ze hebben telkens een vervoerskern en een invloedsgebied.

Het zijn zowel de lokale besturen als de Vlaamse overheid die binnen de vervoerregio samen tot mobiliteitsvoorstellen voor de regio komen. De Vlaamse overheid wordt vertegenwoordigd door mobiliteitsregisseurs en de operationele exploitanten. 3 pilootregio's zijn opgestart. (i.s.m. Agentschappen Beleidsdomein MOW en lokale besturen)

'Last mile' via binnenvaart

Een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de mobiliteit in stedelijke agglomeraties en aan de vermindering van de fijn stofproblematiek, is het opzetten van alternatieve vormen van stadsdistributie voor stukgoederen waarbij de binnenvaart als onderdeel van de keten wordt ingeschakeld.

De binnenvaart is een transportmodus die uitstekend geschikt is om goederenstromen te consolideren. Door binnenvaart aan te wenden om zoveel mogelijk goederen te leveren naar een locatie in of nabij het centrum van de stad, is een eerste consolidatie mogelijk. Door het onderzoeken van de mogelijke rol van de binnenvaart om deze goederen te leveren aan of nabij de consumenten (last mile) is een verdere consolidatie mogelijk. Vooral dit laatste is zeer innovatief en concepten zoals drijvende leveringshubs, enz. zijn daarbij mogelijk. Het is precies op het vlak van de ‘last mile’ dat kleine waterwegen voor de beheersing van de Vlaamse mobiliteit een groeiende betekenis kunnen hebben.

Vergroening waterwegnetwerk en vloot

We investeren in vergroening en verduurzaming.

(1) We vergroenen het netwerk en de vloot:
• door het faciliteren en stimuleren van emissiereducerende technologieën en het gebruik van alternatieve brandstofbronnen;
• door waar nuttig te voorzien in (aangepaste) walstroominfrastructuur.
(2) We zetten in op nieuwe scheepsconcepten, zoals modulair varen, met meer mogelijkheden tot maatwerk en minder leegvaart, brandstofverbruik en emissies van vervuilende stoffen.
(3) We geven uitvoering aan het plan van aanpak voor Clean Power for transport.
(4) We werken aan groene energie: we faciliteren onderzoek naar mogelijkheden en nieuwe privé-initiatieven rond alternatieve energiebronnen.

Mobiliteit voor jongeren

Het Jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP) 2015-2019 kiest voor mobiliteit in stragische doelstelling 4: 'In 2019 garandeert Vlaanderen dat alle kinderen en jongeren zich autonoom, duurzaam en veilig kunnen verplaatsen.', voor ruimte in strategische doelstelling 8: 'In 2019 is doordacht medegebruik de norm bij ruimtelijke ontwikkeling' en vooor wonen in strategische doelstelling 10: 'In 2019 is aangepast en comfortabel wonen verzekerd voor alle kinderen en jongeren.'

Instrument stadsvernieuwing

We organiseren een jaarlijkse oproep naar stadsontwikkelingsprojecten met een advies van een onafhankelijke jury van experten. Deze subsidie biedt de steden de mogelijkheid om op een vernieuwende manier stadsprojecten te ontwikkelen, waarbij bijzondere aandacht gaat naar duurzaamheid/klimaatneutraliteit, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en kernverdichting, gezins- en kindvriendelijkheid, groen-blauwe voorzieningen, evenwicht tussen private en publieke ruimte, ...  .

Het gaat om projecten die een ingrijpende en duurzame vernieuwing van de stedelijke gebouwde ruimte koppelen aan initiatieven van samenlevingsopbouw en dit verwezenlijken door een zo goed mogelijke coproductie tussen betrokken publieke, private en civiele actoren. Het instrument spiegelt zich voortdurend aan de evoluerende maatschappelijke en vernieuwende inzichten (wonen, energie, werkloosheid, duurzaamheid, ...). (ABB)

Programma 'Smart Flanders'

Dit programma wil oplossingen aanreiken voor de aanpak van stedelijke uitdagingen (bv. verminderen van files, duurzame distributie van goederen naar en van de binnenstad, verbeteren van luchtkwaliteit, bevorderen van de gezondheid, zorgen voor optimaal parkeerbeleid, wegwerken van drempels voor kansengroepen).

Het 'Open data'-charter stimuleert de steden om op een Europees erkende en hoogwaardige manier data open te stellen. Er zijn 1 à 2 pilootprojecten per jaar om stadsoverschrijdend datasets te open en piloten te ontwikkelen om stedelijke uitdagingen aan te pakken. We gebruiken  het 'City of things'-testbed in Antwerpen als interoperabiliteitslab.

Toegankelijkheid bevorderen

Door het streven naar een integraal toegankelijke samenleving via de stedenbouwkudige toegankelijkheidsverordening, via de begeleiding en advisering door het nieuw opgerichte Agentschap Toegankelijk Vlaanderen (Inter) en door middel van promotie van het 'universal design' ontwerpconcept, dragen we bij aan een volwaardige maatschappelijke participatie van mensen met een beperking, ouderen, ... .

Transitie duurzaam wonen en bouwen

Binnen de transitie 'Duurzaam bouwen en wonen' (DuWoBo) hebben we gewerkt aan netwerkvorming, kennisopbouw en afstemming met verschillende belanghebbenden uit de maatschappelijke vijfhoek, ondersteund door zowel on- als offline community management.  Daarnaast hebben we ook een technisch inhoudelijk instrumentarium ontwikkeld dat het duurzaam bouwen ondersteunt.
Er zijn linken met SDG 8 (target 8.2) en SDG 12 (target 12.5).

Beleidsnota's jeugd- en kinderrechtenorganisaties

We geven advies over de beleidsnota's 2018-2021 van de jeugd- en kinderrechtenorganisaties. Een van de 11 beoordelingscriteria betreft de wijze waarop de vereniging inspeelt op de kansen die de stedelijke context biedt voor vernieuwende initiatieven en op de maatschappelijke uitdagingen die zich in het bijzonder in steden voordoen.  (DCJM)

Child in the city Conference (goede praktijk)

Van 7 tot 9 november 2016 vond de achtste editie van de internationale 'Child in the City'-conferentie plaats in Gent. De conferentie richtte zich op samenwerking binnen de kindvriendelijke stad en op het bevorderen van leefbare, duurzame ontwerpen, diensten en projecten die het welzijn van kinderen en hun actieve betrokkenheid in de maatschappij beogen.

Traject 'Jeugdwerk in de stad'

Met het traject 'Jeugdwerk in de stad' willen we het jeugdwerk en de (lokale) beleidsverantwoordelijken de weg tonen naar een aanwezig, toegankelijk, divers en kwaliteitsvol jeugdwerk in de stad. We hopen hen te inspireren en samen te ontdekken hoe het jeugdwerk mee antwoorden kan bieden op de vele stedelijke uitdagingen, hoe het de dromen en verwachtingen van kinderen en jongeren mee kan waarmaken, en welke ondersteuning het daarvoor nodig heeft. 

Labels 'kindvriendelijke gemeente

We kennen labels toe voor kindvriendelijke gemeenten, laatst uitgereikt op 6 november 2016. We ondersteunen de jury die bestaat uit de kinderrechtencommissaris, Vereniging van Vlaamse jeugddiensten, UNICEF, … .