18 bedreigingen voor onze oceanen en hoe ze het hoofd te bieden – deel 1

In 2017 bracht het Duitse onderzoekscentrum Stichting Heinrich Böll de Oceaanatlas uit. Zeeën en oceanen bedekken twee derde van onze planeet en zijn bronnen van energie, voedsel en mineralen. Tevens voorzien ze in belangrijke transportroutes en vormen ze een cruciale actor in de stabiliteit van weer en klimaat. Door overbevissing, vervuiling en verlies aan biodiversiteit worden de ecosystemen van de oceanen echter bedreigt. De atlas geeft inzicht in de huidige status en in de bedreigingen voor de wereldzeeën. Het instituut zwengelt zo de discussie aan voor een betere bescherming die als doelstelling geformuleerd staat in SDG 14. Niet alleen ten behoeve van kustgebieden, maar voor de hele planeet.

Visvangst: welk toekomstperspectief?

De status quo van veel visbestanden is dramatisch: zowat 30% van alle vissoorten worden overbevist. Nog eens 58% staat erg onder druk. Mits beschermende maatregelen kunnen verschillende vissoorten snel herstellen.

Het dalende visbestand benadeelt vooral de bewoners van armere landen die leven van traditionele visserij langsheen de kust. Ze zijn naar schatting met zo’n 12 miljoen, afhankelijk van de zee voor hun dagelijks overleven. Daartegenover staan industriële schepen die met zo’n 500.000 man personeel en moderne technologie een veelvoud vangen en de traditionele vissers wegconcurreren. Mogelijk nog erger: quota’s, beschermde gebieden en toegelaten tijden worden met de voeten getreden door illegale, niet-geregistreerde en ongereguleerde visserij, die meer dan een derde van de wereldwijde visvangst voor haar rekening neemt. Ondanks controles komt deze vangst ook op Europese borden terecht.

Overheden zouden systematisch de wetenschappelijke raadgevingen betreffende maximale vangst moeten opleggen en opvolgen zodat vispopulaties zich kunnen herstellen. Subsidies voor visserij via brandstof kunnen beter worden stopgezet.

 

Viskwekerijen dan?

Ongeveer de helft van de vis die wij eten is afkomstig van viskwekerijen van verschillende slag: vijvers, irrigatiesystemen, kooien in de zee of recyclagesystemen. Sinds de jaren 1970 wordt aquacultuur gestimuleerd, niet zelden met subsidies in een poging de stijgende vraag naar vis bij te benen. Maar de huidige geïndustrialiseerde aanpak schiet te kort op ethisch, ecologisch en sociaal vlak en vermindert de vraag naar wild gevangen vis niet. Kweekvis heeft immers zelf vis nodig: gemiddeld zo’n 2,5 à 5 kg per kg kweekvis.

Bovendien veroorzaakt niet-duurzame kweekvis grote milieustress: er komen behoorlijke hoeveelheden antibiotica en pesticiden aan te pas. Het water rondom de kwekerijen is vervuild én te rijk aan voedsel en vervuilt op haar beurt omliggende bodems. Erger nog: mangrovebossen die van nature vele vissoorten voeden, worden vaak verwoest om garnaalboerderijen aan te leggen. Tot slot leidt aquacultuur tot de vernietiging van de leefgebieden van lokale mensen die verjaagd worden en tot asociale arbeidsvoorwaarden.  Duurzame aquacultuur is evenwel mogelijk: het label ASC biedt hiertoe ecologische richtlijnen. Desondanks zal de honger naar vis moeten getemperd worden: minder, maar beter!

 

Het teveel aan landbouwmeststoffen doodt

Het massale gebruik van kunstmest en dierlijke mest in de geïndustrialiseerde landbouw doet enorme hoeveelheden nitraten en fosfaten afvloeien naar de kust en veroorzaakt versnelde algengroei. Resultaat: enorme dode zones zonder zuurstof - en zonder leven. De Golf van Mexico spant wellicht de kroon met haar jaarlijkse 20.000 km2 (!) grote dode zone.

De oorzaak van deze dode zone is de Corn Belt, de Amerikaanse regio waar de meeste soja en mais – met behulp van enorme hoeveelheden kunstmest en varkensmest - geteeld wordt. Het is tevens het hart van de Amerikaanse varkenshouderij. Deze industrie produceert enorme hoeveelheden afvalproducten, waaronder nitraten en fosfaten, die via de Mississippi-Missouri in de Golf van Mexico uitmonden.

Helaas is dit niet de enige dode zone. Door menselijk toedoen zijn er verschillende dode zones, meestal langsheen een rivierdelta en met als belangrijkste drijvende factor de overconsumptie van meststoffen in de industriële landbouw. Tussen 1900 en 1980 verviervoudigde het nitraatniveau; het fosfaatgehalte vermenigvuldigde zich met factor acht. Een van de grootste dode zones ligt in de Baltische Zee. Een actieplan moet de zee opnieuw vrij van eutroficatie maken: concrete reductiedoelen voor nitraat en fosfor zijn opgelegd.

Overheden zijn genoodzaakt dergelijke internationale akkoorden te sluiten om dit probleem aan te pakken. Dat betekent ook het aanpakken van de industriële landbouw die momenteel voedselbronnen aan de kust bedreigt die we hard zullen nodig hebben.

 

Afval is vergif

Veel van ons afval komt in de oceanen terecht. Vooral kustgebieden krijgen het hard te verduren. De afvalbronnen zijn divers, maar de impact op ecosystemen is immens.

Naast fosfaten en nitraten uit de industriële landbouw, komt ook plastic afval via rivieren in de oceanen terecht. Plastic landt uiteindelijk op kusten, soms van verafgelegen eilanden. Ook afvalwater van de industrie vloeit naar de oceanen met naar schatting 100.000 verschillende chemische substanties. Vele stapelen zich op in het lichaam van zeedieren en komen zo in de voedselketen terecht, met mogelijk ook risico’s voor de mens.

Sinds 1950 dumpten verschillende landen – legaal (!) – radioactief afval van nucleaire krachtcentrales in zee. Pas in 1993 werd dit dumpen verboden, althans voor radioactieve stoffen. Radioactief afvalwater mag en wordt nog steeds naar oceanen afgevoerd.

Ook wapens, zowel chemische als conventionele, worden gedumpt in oceanen. Het ruimen van dit afval wordt zeer kostelijk en mogelijk zeer gevaarlijk. Maar niets doen is minstens zo gevaarlijk.

Afvalwater, lekken, illegale tankreiniging, olieverlies en ongevallen zorgen voor olievervuiling. Kustgebieden doen er maanden tot meer dan tien jaar over om te herstellen van een olievervuiling.

Tot slot verstoren vele activiteiten op zee de stilte: scheepsmotoren, diepzeemijnbouw, militaire en bouwactiviteiten en de zoektocht en ontginning van gas en olie veroorzaken lawaai. Vissen en vooral zeezoogdieren zoals walvissen en dolfijnen die communiceren met geluid, geraken verward en sterven in ondiep water.

Microplastics

De stukjes plastic die we zien drijven op het water zijn slechts het zichtbare deel van het probleem. Het overgrote deel ligt op de zeebodem.

Elk jaar opnieuw produceren we 300 miljoen ton plastic. Ongeveer 2% komt in de oceaan terecht: zo’n 8 miljoen ton. Slechts 1% wordt teruggevonden. Pas sinds 2000 beseft de wetenschap het bestaan van microplastics: stukjes plastic kleiner dan 5 mm. Ze zijn het resultaat van het afbraakproces in de zee, onder invloed van zonlicht en bacteriën. Stilaan vormt zich een laag microplastics op de zeebodem en in ijsmassa’s. Het microplastic dat ronddobbert, wordt opgegeten door vissen en uiteindelijk door mensen. Van microplastics, slechts onderwerp van wetenschappelijk onderzoek sinds 2007, is intussen geweten dat ze als een spons toxische stoffen opzuigen. Het opkuisen van de oceanen is niet eenvoudig en zou het zeeleven en de mariene ecosystemen niet nog meer onder druk mogen zetten.

Om de zeeën niet verder te belasten kunnen we onze consumptiepatronen aanpassen: een belangrijk deel van het plastic in de oceanen is immers afkomstig van verpakkingen van wat we kopen. We kunnen ook microplastics in cosmetica vermijden. Bovenal moeten we een circulaire economie installeren zodat minder plastic wordt geproduceerd. Die gedragswijziging kan de politiek afdwingen.

 

Afnemende biodiversiteit

Invasieve soorten nemen dankzij internationale vaarten de plaats in van lokale soorten. De Japanse oester is zo’n exoot die stilaan een plaag vormt langs de Deense en Duitse kust en lokale mossels verdrijft. Gevaarlijk wordt het wanneer het leefgebied wordt vernietigd van een soort die aan de basis staat van een heel ecosysteem. Denk aan de koralen van het Great Barrier Reef in Australië dat ernstig bedreigd wordt, terwijl het voedsel en woonst voorziet voor meer dan 1500 soorten vissen, 1500 soorten sponzen, 5000 soorten weekdieren en 200 vogelsoorten. Als het koraal sterft, sterft het hele ecosysteem mee.

Andere negatieve factoren, zoals de stijgende watertemperatuur, maken veel soorten zwakker ten aanzien van wijzigingen in het milieu. Het verlies aan biodiversiteit kan niet makkelijk worden teruggedraaid.

Het is onmogelijk om met een enkele maatregel de opwarming van de oceanen tegen te gaan of koralen te doen groeien. Het enige wat we kunnen doen is het vermijden van bijkomende stressfactoren. Vervuiling moet verboden worden. Vervolgens moeten we rekenen op het zelfherstellende vermogen van de natuur en daarvoor de best mogelijke omstandigheden creëren.

 

Oceanen kunnen klimaatverandering afremmen

De klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt door de CO2-uitstoot bij het verbranden van fossiele brandstoffen zoals steenkool en olie. Zonder het regulerende effect van de oceanen zou onze planeet al veel warmer zijn. De atmosfeer en de oceanen werken als communicerende vaten: als de concentratie CO2 in de atmosfeer stijgt, absorberen oceanen een groter aandeel om het evenwicht te bewaren; het sediment van de zeebodem slaat het CO2 op. Hoe kouder het zeewater, hoe beter dit proces werkt. Tegelijk absorberen oceanen ook de overtollige warmte die mensen produceren; de warmte verspreidt zich geleidelijk naar de diepte. Maar oceanen betalen daar een prijs voor: ze verzuren en de zeespiegel stijgt. Bovendien kan de opwarming van oceanen leiden tot een positieve terugkoppeling (LINK NAAR KLIMAATLEXICON) waarbij waterdamp de opwarming van de aarde versnelt en meer waterdamp veroorzaakt. Ook het smelten van de ijskappen kunnen een positieve terugkoppeling in gang zetten waardoor het smelten steeds sneller gaat.

Het is dus essentieel dat overheden streven naar een opwarming van maximaal 2 graden Celsius zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs.

 

Opwarmend zeewater

Oceanen worden steeds warmer en het zeeniveau stijgt. Vooral eilanden en kustgebieden in het zuidelijke halfrond worden getroffen. Vele zijn reeds verlaten. De Marshall-eilanden tussen Hawaï en Australië vormen een van de eerste staten wiens bevolking gedwongen wordt om te vluchten. Terwijl voorheen overstromingen slechts om de zoveel decennia voorkwamen, werden de eilanden in 2014 alleen al drie keer overstroomd. Het land wordt te zout en de zoete waterreserves worden ondrinkbaar.

De zeespiegel stijgt overal op een verschillend ritme, net als de watertemperatuur. De wind speelt hierin een grote, maar nog moeilijk te voorspellen rol. Rijke landen zoals Nederland investeren in nieuwe beschermende maatregelen, maar in een arm land als Bangladesh dreigen miljoenen inwoners klimaatvluchtelingen te worden. Tegelijk groeit het besef dat de klimaatwijziging voornamelijk te wijten is aan de activiteiten van de rijkere landen.

Het VN Green Climate Fund moet armere landen toelaten om zichzelf te beschermen met hulp van de bijdrages van de rijkere.

 

Leven in risicozones

62% van ’s werelds grootste steden met meer dan 8 miljoen inwoners, liggen langsheen de kust. Hoewel het risico om getroffen te worden hoog is, blijven deze steden groeien. Verwacht wordt dat tegen 2050 zo’n 22 % van de wereldwijde bevolking in

megasteden zal leven. Bangkok, New York, Shanghai, Tokyo en Jakarta worden beschouwd als zeer kwetsbaar. Niet alleen omwille van het risico op uitzonderlijke overstromingen: verschillende van deze steden zijn tijdens de vorige eeuw aanzienlijk gezakt. Verzakking is een natuurlijk fenomeen in rivierdelta’s, dat uiteraard versterkt wordt door grondwaterextractie en ongelimiteerde bouwwerken. Verzakking neemt vaak een veel sneller ritme aan (3 à 4 meter in 20ste eeuw voor verschillende steden) dan het stijgen van de zeespiegel (20 cm in 20ste eeuw).

Rijke steden spenderen enorme bedragen om stad en bevolking te beschermen. Als een stad onvoldoende middelen heeft om de hele bevolking te beschermen, dreigen gewelddadige conflicten. Ook buiten grootstedelijke gebieden wordt de kustbevolking bedreigt.

Overheden zullen gemeenschappelijk moeten beslissen welke gebieden met ecologisch verantwoorde maatregelen kunnen beschermd worden en welke moeten opgegeven worden.

 

Tot hier reikt deel 1. In deel 2 kijkt de atlas naar de verzuring van het zeewater, de uitbating, de wereldwijde race naar hulpbronnen, vakanties op en aan zee, en de crisis in de wereldwijde scheepvaart.

----------------------------------------------------

De Heinrich Böll stichting is een katalysator voor groene visie en projecten. Het is een denktank voor beleidshervormingen en een internationaal netwerk. Meer dan 100 project partners in ruim 60 landen zijn betrokken. Zie www.boell.de.

Het Heinrich Böll instituut heeft ervaring in uitmuntende thema-atlassen (https://www.boell.de/en/publications): vleesproductie en -consumptie, landbouwbodems, steenkool en energie vormden reeds het onderwerp van deze uitgebreide, goed gestructureerde naslagwerken.

05-06 september 2019. VIBE-congres 'De gezonde en veerkrachtige stad'

Maak kennis met de maatregelen die we moeten nemen om toekomstgerichte steden en gemeenten te ontwerpen.

11 oktober 2019. Conferentie 'Kan het financieel systeem ons helpen bij de urgente klimaatuitdaging?

Maak kennis met de belangrijkste uitdagingen rond de financiering van duurzaamheidstransitie.

12 september 2019: Lunchvoorstelling Federaal rapport duurzame ontwikkeling 2019

Waar staat België? Welke politieke prioriteit is er? Hoe kunnen we toch een consequent beleid voorbereiden?

18 bedreigingen voor onze oceanen en hoe ze het hoofd te bieden – deel 1

Over visconsumptie, landbouw, afval, biodiversiteit, watertemperatuur en grote kuststeden

Scivil brengt burgers en wetenschap dichter bij elkaar

Vlaams expertisecentrum voor Citizen science

10 maatregelen voor duurzamere producten

Hoe de overheid de circulaire economie kan aanzwengelen