Internet of Things maakt Antwerpen duurzamer

Het Internet of Things, kortweg IoT, is meer dan een technohype. Het gaat niet alleen om het regelen van je sfeerverlichting of je verwarming met je smartphone. IoT laat ons toe om verstandige, intelligente en snelle beslissingen te maken door het meet- en rekenwerk toe te vertrouwen aan bliksemsnelle sensoren en automatische processen.

Slimmer, duurzamer

Slimme machines kunnen aangeven wanneer ze onderhoud nodig hebben en het ook zelf inplannen. Door productieketens met elkaar te verbinden kan uitwisseling worden bevorderd en afval gereduceerd. We kunnen watergebruik monitoren en bijsturen, efficiëntere diensten leveren. Door nauwgezette metingen en simulaties van het effect van golven en wind kan de output van offshore windmolens met 20 procent worden verhoogd. Bij precisielandbouw kunnen we via sensoren in de gewassen en zelfsturende tractoren productie optimaliseren en efficiënter bemesten. Gebouwen kunnen reageren op gebruikspatronen van bewoners, zodat apparaten beter op elkaar afstemt zijn, met besparingen op energie en water als gevolg.

Het inzetten van IoT bij het nastreven van een duurzamere toekomst lijkt vanzelfsprekend. “Zo kan het zeker leiden tot een duurzamere mobiliteit en andere milieu-uitdagingen”, zegt Bart Braem, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen aan Stadslab2050. Hij is nauw betrokken bij het imec City of Things-project.

Waarschuwingen uit de riolen

IoT beperkt zich niet tot de straat. Het gaat verder en ook letterlijk dieper. Het riool in bijvoorbeeld. “We hebben ons in Antwerpen door het Cloudburst management plan van Kopenhagen laten inspireren”, zegt Bart Braem. In 2011 kwamen grote delen van die stad bij een wolkbreuk onder water te staan en sindsdien hebben ze een stevig plan opgezet om herhaling hiervan te voorkomen.

“In Antwerpen zijn we hier nog van gespaard gebleven, maar we houden er ook wel rekening mee,” licht de onderzoeker toe. De meeste scenario’s van de klimaatsverandering voorspellen immers een toename van zware regenbuien, waarbij de huidige afwateringssystemen ontoereikend zullen blijken.

“Onze riolen zijn wel goed”, vertelt hij, “maar de capaciteit is begrensd en niet berekend op wolkbreuken. Dit kan voor overlast zorgen waarop we nu nog niet snel en adequaat genoeg kunnen reageren. Ook de gegevens van de KMI zijn vaak niet toereikend om acties te ondernemen. Op een regenkaart is een blokje al snel meerdere vierkante km groot, terwijl een wolkbreuk net heel lokaal is. Als een wijk onder water staat, hebben ze een paar straten verder soms niks van de wolkbreuk gemerkt.”

Geïnspireerd door het Deense voorbeeld werken de UA en de stad daarom aan het plaatsen van sensoren in de riolen. “Zo zullen we overal, op elk moment, de waterstanden kunnen afezen en heel gerichte verwittigingen uitsturen naar die buurten waar de overlast zal te merken zijn.” Meer nog, de onderzoekers denken ook aan oplossingen die de burgers automatisch op de hoogte brengen wanneer watersnood dreigt in hun buurt, zodat ze op tijd maatregelen kunnen treffen.

Wendbare, virtuele centrales

Of wat dacht je van slimme energiesystemen die niet alleen slim meten, maar ook actie ondernemen en zelf machines stoppen of opstarten? “Nu volgt een boiler steevast hetzelfde stramien”, zegt Bart. “De boiler warmt het water op tot 95° en laat het dan langzaam afkoelen tot pakweg 50° waarna het weer gaat opwarmen. Ook al is het intussen helemaal niet nodig. Wat nu, als je slimme boilers had, die alleen om energie vragen wanneer dat nodig is? Wat als ons energienet die boilers, koelsystemen en andere apparaten op afstand kan afzetten als dat opportuun is?”

“Ons energiesysteem, onze powergrid, is niet evenwichtig afgestemd”, verduidelijkt de onderzoeker. “Er wordt veel energie geproduceerd wanneer er weinig nodig is, en er wordt energie afgenomen wanneer het niet zou moeten. Productie en afname zijn niet in balans.”

Slim, slimmer, slimst

Een mogelijk antwoord op dit vraagstuk komt uit Antwerpen. De stad huisvest immers een energietechnologiebedrijf, REstore, dat zich specialiseert in de levering van geavanceerde geautomatiseerde vraagsturing. Het bedrijf genereert zelf geen vermogen (Megawatts), maar vermindert het verbruik op een intelligente manier (Negawatts). Het verbindt slimme machines op slimme manieren met slimme energieleveranciers. Het bedrijf ontwikkelt software die al deze systemen met elkaar leert praten, zodat het mogelijk wordt om energieopslorpende processen stil te leggen tijdens piekmomenten en tegelijk toch rekening te houden met de vereisten van de productieprocessen.

Dit is het Internet of Things in volle actie: automatisch verkregen data wordt automatisch geanalyseerd, voorspelt energieverbruik en past de energievraag van de toestellen razendsnel aan om in te spelen op fuctuaties bij de energieproducent. Minder energieverkwisting voor een duurzamere stad, kortom.

GPS-gestuurde pakjesdienst op twee wielen

“In Antwerpen wordt overigens al veel geëxperimenteerd met Internet of Things”, zegt Bart. Volgens de tellingen van de OESO is België dan ook één van de landen met de meeste IoT-toestellen. Met haar elfde plaats valt ze net buiten de top tien. (zie de grafek onderaan)

De voorbeelden hierboven tonen al dat Antwerpen zin heeft in het Internet der Dingen, “maar soms gaat het ook om kleinere initiatieven”, vertelt Bart Braem en hij verwijst enthousiast naar Parcify, een Antwerpse start-up die “pakjes niet zomaar thuis afevert, maar bij jou zelf, waar je ook bent.”

E-commerce groeide het voorbije jaar in Vlaanderen met 12 procent tot een totaal omzetvolume van 5,5 miljard euro. 51 miljoen pakjes werden zo over het Vlaamse land rondgereden, berekende BeCommerce, met alle milieu-effecten vandien. En als de bestemmeling even om boodschappen is of de hond uit laat, rijdt de bestelwagen nog een rondje extra.

Patrick Leysen, Jonas Coenen en Christophe Van Olmen, de oprichters van Parcify, vroegen zich af of dat met de huidige technologieën niet doeltreffender en vooral groener kon. Zo ontwikkelden ze op de technologische Corda Campus in Hasselt hun applicatie waarmee mensen hun pakjes kunnen laten leveren op de plaats die zij aanwijzen.

Laat de koopwaren tot mij komen

Parcify is een mobiele app en platform die winkels verbindt met lokale fietskoeriers en klanten. Als klant download je de app op je smartphone en geef je het bedrijf zelf op als leveringsadres. “Als de pakjes bij ons aankomen,” vertelt Patrick Leysen aan de Gazet van Antwerpen, “nemen wij binnen de negentig minuten contact op, om het pakje tot bij de klant te brengen. We kunnen het bijvoorbeeld brengen naar de Meir, als iemand daar aan het winkelen is. We spreken een tijdslot van een uur af waarin we het pakje kunnen afeveren.”

Via geolocatie zoekt de app welke koerier in de buurt snelst bij de klant kan geraken die op dat moment de hond uitlaat, een terrasje doet of naar de bakker wandelt. De fietskoerier ziet in realtime de locatie van de klant, zoekt hem en levert het pakje. Via de chat box van de app kan de besteller met de koerier contact hebben en zijn pakje volgen. De klant betaalt een klein bedrag van €4,50 voor deze service, naast de eventuele verzendkosten bij de webshop.

Op dit ogenblik werkt Parcify al met Albert Heyn, Zalando en Bol.com, en ook bpost heeft een strategisch belang genomen in de start-up. Na Antwerpen bedient het bedrijf nu ook al Gent en Brussel en lonkt het ook naar Nederland.

Horen in 3D

Over geluid hebben we het zelden als het over ons milieu gaat, maar het Internet of Things laat het niet links liggen. “Lawaai”, zo zegt Bart, “is ook een belangrijke factor bij leefcomfort en ook daar kan IoT een bijdrage leveren.” Hij verwijst naar een experiment in het Zwitserse Carouge, bij Genève. “Daar werken ze aan geluidsnetwerken. Tot dusver werd geluidsoverlast er een paar keer per jaar gemeten met een microfoon op een statief, locatie na locatie. Een tijdrovend werk dat nooit een compleet beeld opleverde. Met IoT kan dat stukken beter. Vorige zomer werden dan ook aan duizenden huizen geluidssensoren bevestigd. Die sturen het hele jaar alle geluidsinformatie door naar een centrale databank, waar simultaan een geluidskaart van de stad in 3D wordt samengesteld. Zo kun je meteen de anomalieën zien. En is er na acht uur opeens een piek te zien boven de 60 decibel, dan worden de hulpdiensten meteen uitgestuurd.”

“In Brazilië gaan ze overigens nog verder. In San Paolo worden geluidssensoren geplaatst die de ordediensten verwittigen wanneer er geweerschoten weerklinken. Ze geven zelfs aan met welk kaliber werd geschoten. Maar”, zo voegt hij eraan toe, “ dat is dan misschien weer iets te verregaand voor Antwerpen.”

Meer informatie over IoT? Lees dan deze gids 

Bron: http://stadslab2050.be

22/09/2017

 

05 december: SDG-vorming in Gent

Voor ambtenaren van steden, gemeenten, provincies en Vlaamse overheid

18 december: SDG-vorming in Leuven

Voor ambtenaren van steden, gemeenten, provincies en Vlaamse overheid

24 november: Eerste Leefstraat Congres

Hoe kunnen autoluwe straten zorgen voor een sterker buurtgevoel?

31 Vlaamse scholen ontvangen Groene Vlag

Beloning voor extra inspanningen op het vlak van milieuzorg en duurzaamheid

Kringloopsector blijft groeien

11,4 kilo herbruikbare goederen per Vlaming

Nieuwe campagne over veranderingsgericht en gezond bouwen

Hoe kunnen we slimmer bouwen zonder comfort te verliezen?