Transities
Een transitie is een structurele maatschappelijke verandering van een oud naar een nieuw evenwicht. Het is het gevolg van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op economisch, cultureel, ethisch, technologisch, ecologisch, sociaal en institutioneel vlak, en een subtiel samenspel van een heleboel verschillende spelers. Overheden, bedrijven, kennisinstellingen, socioculturele organisaties, milieuverenigingen en individuele burgers spelen elk hun rol. Transities duren vaak lang, tot zelfs meerdere generaties, en hertekenen de wereld. Denk maar aan de overgang van landbouwsamenleving naar industriële samenleving.
De hardnekkige problemen die onze maatschappij bepalen, kunnen we alleen uit de weg ruimen met een transitie: door het bestaande niet-duurzame systeem te vervangen door een duurzaam alternatief. Daarvoor is meer nodig dan alleen technologische vernieuwing, want die kan alleen een impact hebben als ook de sociale, juridische, culturele en commerciële logica wordt doorbroken. Zo heeft windenergie er bijvoorbeeld decennia over gedaan om nu in beperkte mate ingezet te worden, maar doordat de gangbare manier van energieproductie en -verdeling niet werd gewijzigd, is het potentieel van de nieuwe technologie onderbenut. De innovaties die vereist zijn, spelen zich af op het niveau van het systeem, en worden dus systeeminnovaties genoemd.
Een versnelling hoger
Vlaanderen wil een voortrekkersrol spelen voor duurzame ontwikkeling, en de transitie naar duurzaamheid versnellen. Er bestaan geen pasklare methoden en oplossingen, maar er zijn wel een aantal basisprincipes die ons op weg helpen.
Toekomstvisie: Bij een transitieproces ga je kijken buiten de bestaande paradigma’s om systemen te veranderen. Maar dat vraagt tijd. Daarom is een langetermijnvisie nodig. Een inspirerende, gemeenschappelijke en dynamische toekomstoriëntatie of 'Leitbild’ heeft een belangrijke richtinggevende en leidende rol in het vernieuwingsproces. Ze moet mensen inspireren om verder te denken en te handelen.
Al doende leren: Vanuit de toekomstvisie worden transitiepaden uitgewerkt. Dat zijn de verschillende mogelijke paden om de toekomstvisie te verwezenlijken. Opties openhouden is essentieel: de visie kan op verschillende manieren ingevuld worden. Cruciaal hierbij is dat het niet bij een denkoefening blijft, maar ook dat vanaf het begin al actie wordt ondernomen. Experimenten en baanbrekende projecten zijn de eerste stappen. De lessen die we daaruit trekken helpen ons op te schalen, te heroriënteren of nieuwe experimenten op te zetten.
Samen sterk: Hoe diverser het netwerk, hoe beter we de problemen kunnen aanpakken. Overheden, bedrijven, kennisinstellingen, socioculturele organisaties, milieuverenigingen, individuele burgers – de verscheidenheid aan uitgangspunten maakt het proces sterker. Ieder denkt actief mee over inhoud en richting van de transitie, en geeft vanuit zijn eigen kennis en kunde de verandering mee vorm.
Verbeelding is belangrijker dan kennis. We kunnen problemen niet oplossen met dezelfde logica die we gebruikten toen we ze creëerden - Albert Einstein
Het vizier op 2050
Pas als we weten waar we naartoe willen, kunnen we gericht werk maken van de transitie. Daarom is een visie op de lange termijn broodnodig. Met dat kompas in handen kunnen we als samenleving de juiste stappen zetten.
Een transitieproces opzetten om het volledige maatschappelijke systeem te innoveren is moeilijk. Daarom spitst de langetermijnvisie voor 2050 van de Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling zich toe op een aantal cruciale systemen: het energiesysteem, het mobiliteitssysteem, het voedselsysteem, het wonen-en-bouwensysteem, het gezondheidszorgsysteem, het materialensysteem en het holistisch kennis- en leersysteem.
De geselecteerde systemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom komen ook een aantal horizontale dimensies aan bod die door al die systemen heen lopen: de economisch, socioculturele, ecologische, institutionele en internationale dimensie.
Deze systemen en dimensies zijn ook op deze website terug te vinden.
Transities liggen niet bij voorbaat vast, omdat er in een veranderingsproces altijd sprake is van aanpassen aan, leren van, en inspelen op nieuwe situaties. We kunnen niet inschatten welke factoren tussen nu en 2050 de transitie zullen versnellen of vertragen. Technologische ontwikkelingen zijn nog niet bekend, huidige trends kunnen in een termijn van veertig jaar ombuigen, en nieuwe, nog onbekende trends en onverwachte gebeurtenissen kunnen onze toekomst op een drastische manier veranderen. Bovendien kan een ‘duurzaam Vlaanderen’ op zich niet bestaan. Duurzame ontwikkeling speelt zich noodzakelijkerwijs af op mondiaal niveau.
Uitbouwen van een netwerk rond transitie, een leernetwerk of 'Community of Practice' Ook in andere omgevingen werd al ervaring opgedaan met een nieuwe aanpak gericht op de lange termijn en waarbij gedeelde verantwoordelijkheid en samenwerking tussen stakeholders centraal staan. Gedurende de laatste jaren heeft transitie, en vooral het creëren van hefbomen voor maatschappelijke transitie, meer en meer zijn plek gekregen in het Vlaamse landschap. Ontstaan door pioniers en initiatiefnemers vanuit diverse hoeken (overheid, bedrijfswereld, maatschappelijk organisaties…), is al doende een werkveld ontstaan van maatschappelijk ondernemende groepen, die elk vanuit beste vermogen en eigen capaciteit aan het handelen zijn. Deze pioniers voor transities werken binnen hun eigen kader met vallen en opstaan aan een transitie. Bij wijze van spreke vinden ze allen het warme water opnieuw uit en komen ze ook gelijksoortige problemen tegen op hun pad. Om de ervaring te bundelen en te delen, de processen te verbeteren en te versnellen en nieuwe initiatieven te stimuleren is een doorstroom, onderbouwing en uitwisseling van ervaring nodig. Daarvoor is een praktijkennetwerk noodzakelijk. Er werd van start gegaan (begin 2011) met community of practice, een leernetwerk rond transities